Alles over parabenen - IMGRO Beauty
IMGRO Beauty
IMGRO Beauty
Einsteinstraat 7
2181 AA Hillegom
0252 527 242 - imgro@allesvoordesalon.com

 

Update levertijden: Het is erg druk in de post, uw pakket wordt binnen enkele dagen verstuurd.

10.000+ artikelen voor de salon op voorraad tel.0252-527242

Alles over parabenen

Wat zijn parabenen?


Parabenen is de verzamelnaam voor de groep chemische stoffen die allen als basisstructuur arahydroxybenzoëzuur hebben. Deze stoffen worden voornamelijk gebruikt als conserveermiddel bewaarmiddel) in Medicijnen, Levensmiddelen als kant-en-klaarsauzen en visproducten, cosmetica als crèmes, scheerschuim, massageolieën, lipbalsems, douchegels en shampoo’s. Ook in afwasmiddel, allesreiniger en wasmiddel worden parabenen regelmatig gebruikt.   

Conserveer- of bewaarmiddelen verlengen de houdbaarheid van het product waarin ze zitten, door bederf als gevolg van bacteriën, schimmels en/of gisten tegen te gaan. Parabenen hebben de eigenschap om met name de groei te remmen van schimmels, gisten en bacteriën.

Vanwege het gebruik in onder andere levensmiddelen hebben parabenen verplicht een E-nummer. De E-nummers van de toegelaten stoffen uit de groep parabenen zijn E214 tot en met E219. De E-nummers zijn altijd terug te vinden op de verpakking van voedingsmiddelen.

De chemie van de meeste gebruikte parabenen

  • Methylparabeen (E218), deze stof wordt onder verschillende namen in de ingrediëntenlijst vermeld:
    - methyl-4-hydroxybenzoaat
    - Nipagin M
    - para-Hydroxybenzoëzuur
    - Methylis parahydroxybenzoas
    - Methyl-p-hydroxybenzoaat
  • Ethylparabeen (E215)
    - ethyl-4-hydroxybenzoaat
    - natriumzout
  • Propylparabeen (E216)
    - propyl-4-hydroxybenzoaat
  • Butylparabeen
    - butyl-4-hydroxybenzoaat dit wordt niet gebruikt in levensmiddelen, en heeft dus geen E-nummer

Parabenen zijn zogenoemde alkylesters van parahydroxybenzoëzuur (PHBA). Benzoëzuur is onder meer te vinden in veenbessen. Een reactie met een alcohol (bijvoorbeeld methanol of butanol) koppelt er een alkylgroep aan vast. Dat heet verestering. Enzymen in de lever en in de huid zorgen ervoor dat de parabenen in het lichaam worden gemetaboliseerd tot PHBA, die wordt uitgeplast.

Als de alkylgroep bestaat uit één koolstofatoom en drie waterstofatomen, dan heet de stof methylparabeen. Butylparabeen heeft een langere alkylketen, met 4 koolstofatomen en 9 waterstofatomen. Ethyl- en propylparabeen zitten daar tussenin (met respectievelijk twee en drie koolstofatomen).

Parabenen hebben meer effect naarmate de alkylketen langer is, maar zijn dan tevens moeilijker in water oplosbaar. Ze zorgen ervoor dat het celmembraan van schimmels en bacteriën niet meer goed functioneert.

Isopropylparabeen en isobutylparabeen hebben een vertakte alkylketen. Over het effect van deze soorten is minder bekend. Dit geldt ook voor benzylparabeen, dat mogelijk de sterkste ongewenste werking heeft. Deze parabenen worden niet veel gebruikt en de Europese Commissie is van plan om ze helemaal te verbieden, evenals pentylparabeen.

De geschiedenis van Parabenen

De werking van parabenen is ontdekt in de jaren 1920 en sinds 1950 worden parabenen grootschalig ingezet bij de productie van bederfelijke producten.
Sinds 1996 is de vermelding van de ingrediënten op cosmeticaproducten verplicht. Er wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde namen voor de ingrediënten, de zogeheten INCI-namen. Je herkent parabenen aan de (verzamel)naam ‘PARABEN’. Vanwege het gebruik in levensmiddelen hebben parabenen verplichte E-nummers: E214 tot en met E219.

Waar komt de parabeen-discussie vandaan?

Partijen die de veiligheid van parabenen betwisten baseren zich voornamelijk op een onderzoek van Philippa Darbre (*1) dat in 2004 is gepubliceerd in de Journal of Applied Toxicology. Darbre en haar onderzoeksgroep toonden aan dat parabenen in hoge concentraties konden worden gevonden in tumoren in borstweefsel. Omdat parabenen daarnaast een zwak oestrogeenachtige werking hebben en oestrogeen een rol speelt bij het ontstaan en de groei van borstkanker, werd gesuggereerd dat parabenen borstkanker zouden kunnen veroorzaken.

 (*1: Darbre PD, Aljarrah A, et al., Concentrations of parabens in human breast tumours, Appl Toxicol. 2004 Jan-Feb;24(1):5-13 )

 

De veiligheid van parabenen.

De veiligheid van parabenen is een onderwerp waar de meningen sterk over zijn verdeeld en dat de gemoederen van sommige mensen sterk bezighoudt. De Europese Unie, die de lijst met E-nummers opstelt, is op basis van onderzoek door de Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) van mening dat parabenen veilig zijn.

Na jarenlang gebruik en vele onderzoeken zijn geen schadelijke effecten naar boven gekomen van het gebruik van parabenen, de acute giftigheid voor mensen is laag en uit het gebruikelijke onderzoek naar carcinogene werking bleek dat parabenen niet kankerverwekkend zijn. Wel kunnen parabenen in bepaalde gevallen een allergische reactie veroorzaken. Meestal bij uitwendig gebruik op de beschadigde huid.[2]

“Propyl-4-hydroxybenzoaat (Propylparabeneen), opgenomen via de mond, verlaagt in bepaalde doseringen de spermaproductie in de testes van jonge ratten,[3] dezelfde onderzoeker vond dit effect niet bij de methyl- en ethylesters.[4] Het Scientific Panel on Food Additives, Flavourings, Processing Aids and Materials in Contact with Food van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid vond in 2004 dat het gebruik van parabenen in levensmiddelen voorlopig acceptabel is, maar gaf als advies meer onderzoek te doen naar bepaalde aspecten waarover naar haar mening te weinig informatie beschikbaar was.[5] De Europese Commissie heeft daarop besloten dat propyl-4-hydroxybenzoaat niet meer als aromastof aan levensmiddelen mag toegevoegd worden.[6] Wel mag het nog steeds worden gebruikt als conserveermiddel in levensmiddelen.

Parabenen worden indien voldoende zuurstof aanwezig is zeer snel afgebroken in het milieu.”. Sinds een aantal jaren speelt een controverse over parabenen. Een aantal milieuorganisaties beschouwt parabenen als schadelijke stoffen.[8] Ze baseren zich hierbij op onderzoek van de universiteit van Reading.[9] Uit dit onderzoek zou blijken dat parabenen tot borstkanker kunnen leiden. Dit wordt dan geweten aan de zwakke pseudo-oestrogene werking.

Aan de andere kant staan onder meer organisaties op het gebied van kankerbestrijding, zoals KWF kankerbestrijding, sommige wetenschappelijke organisaties en instellingen en de Europese overheden. Zij beschouwen de betreffende onderzoeken als niet relevant en wijzen op diverse andere onderzoeken waaruit blijkt dat parabenen niet kankerverwekkend zijn.[10]

Uit recent (2014) onderzoek blijkt dat parabenen mogelijk sterker carcinogeen zijn dan gedacht doordat zij voorkomen in combinatie met andere stoffen die van invloed zijn op de celgroei van borstweefsel.[11][12]  ( Bron Wikipedia maart 2019)

 Ook de Wereldgezondheidsorganisatie WHO maakt zich zorgen over het gebruik van stoffen, die ook wel hormoonverstorende stoffen of Endocrine Disrupting Chemicals (EDC’s) worden genoemd. Met name zwangere vrouwen en kinderen worden door de WHO beschouwd als kwetsbare groepen, omdat een eventueel schadelijk effect van deze stoffen waarschijnlijk pas na vele jaren blijkt en mogelijk gevolgen heeft voor de vruchtbaarheid van een kind later in het leven.

Parabenen op het etiket bij cosmetica ?

Veel fabrikanten vermelden op de etiketten dat hun product “vrij van Parabenen” is. Vanwege de nieuwe wetgeving op claims op etiketten ontstaat de discussie omtrent de wenselijkheid aangaande deze vermeldingen als “ Vrij van …..” .

In de “Claim” verordening EU 655/2013 staat in bijlage 1, punt 5,1:
“Beweringen over cosmetische producten meten objectief zijn en mogen de concurentie nog ingrediënten die op een  wettelijke manier worden gebruikt, in een kwaad daglicht stellen.”

In de toelichting op deze verordening staat onder punt 3.3.3:
“3.3.3. Vrij van toegestane ingrediënten

Tien lidstaten melden gevallen waarbij het criterium “ billijkheid” in de gecontroleerde beweringen werd geschonden omdat er toegestane ingrediënten in werden belasterd. Voorbeelden van dergelijke beweringen zijn onder ander “vrij van parabenen” of “vrij van aluminium”.

20% van de gecontroleerde cosmetische producten was voorzien van de bewering “vrij van “ en vele hiervan waren “vrij van parabenen”. Deze bewering is aantrekkelijk voor reclamedoeleinden wegens de aandacht in de media. De lidstaten waren echter van menig dat dit tegen het criterium “billijkheid indruist, aangezien het belasterend is voor wettelijk toegestane ingrediënten.

Anderzijds gaven veel lidstaten aan dat de beweringen over de aanwezigheid van ingrediënten zoals alcohol, essentiële olie of zeep als conform werden beschouwd, aangezien het voor de klant essentieel is dat hij ervoor kan kiezen deze ingrediënten om specifieke redenen zoals goeddienst of allergieën te vermijden.

Rekenen aan Parabenen in cosmetica

Het Scientific Committee on Consumer Safety (SCCS) gaat uit van een consument die per dag gemiddeld 17,4 gram cosmetica op haar huid smeert. De producten bevatten soms butylparabeen (zie kader). Uit proeven bleek dat ongeveer 37% van het aanwezige butylparabeen door de huid wordt opgenomen. Er is nog onenigheid over het percentage dat snel wordt afgebroken door esterasen (een soort enzymen) in de huid. De cosmetica-industrie verwijst naar proeven waaruit zou blijken dat hoogstens 1% van de opgenomen parabenen langere tijd intact blijft. Maar het SCCS maakt daar uit voorzorg 10% van. Men neemt aan dat 3,7% van de butylparabeen in cosmetica langere tijd in het lichaam aanwezig kan blijven (10% van 37%).

Fisher (1999) voerde een proef uit waarbij jonge ratten meermaals werden ingespoten met butylparabeen. Gedurende tweeënhalve week ontvingen ze per dag gemiddeld 2 mg per kilogram lichaamsgewicht. Dat bleek geen enkele meetbare invloed te hebben. Veel onderzoekers veronderstellen dat Fisher ook geen effect zou hebben gevonden wanneer hij tien keer zoveel butylparabeen had geïnjecteerd, of nog meer. Het SCCS neemt echter liever het zekere voor het onzekere. Daarom houdt men voorlopig vast aan de 2 mg per kg per dag die Fisher gebruikte. Het SCCS stelt hoge eisen aan de proeven en komt vaak tot de conclusie dat de resultaten nog niet hard genoeg zijn.

Als een dagelijkse hoeveelheid van 2 mg per kilogram lichaamsgewicht voor jonge ratten veilig is, dan gaat men ervan uit dat mensen geen schade zullen oplopen wanneer ze een honderdste deel daarvan binnenkrijgen. Om ervoor te zorgen dat het niet meer is, mogen cosmeticafabrikanten hoogstens 0,19% butyl- of propylparabeen in hun producten stoppen. Als beide soorten erin zitten, dan mag het percentage samen niet meer dan 0,19 bedragen. Aanvankelijk mocht men van beide stoffen het dubbele gebruiken, maar het wetenschappelijk comité van de Europese Commissie besloot het percentage in 2011 voor de zekerheid te verlagen. Al voordat de nieuwe richtlijn werd ingevoerd, waren er bijna geen producten waarin meer zat.

Stel dat je dagelijks 10 gram crème op je huid smeert met 0,2% butylparabeen. Dat is in totaal 20 mg butylparabeen. Als daarvan 5% in het lichaam doordringt zonder meteen in de huid te worden afgebroken, dan blijft er 1 mg butylparabeen over. Dat is ongeveer 0,02 mg per kilogram lichaamsgewicht (als je 50 kilo weegt). De Margin of Safety bedraagt in dit geval 100 (2/0,02). In werkelijkheid zal de veiligheidsmarge groter zijn, omdat bijna niemand zoveel butylparabeen gebruikt. Het SCCS heeft een uitzondering gemaakt voor babybilletjes. Die mogen niet meer worden ingesmeerd met een product dat butyl- of propylparabeen bevat, omdat het onbekend is hoeveel daarvan niet meteen wordt afgebroken.

Voor methyl- en ethylparabenen, die ook veel in etenswaren worden gebruikt, gelden minder strenge regels. Huidverzorgingsproducten mogen van beide soorten 0,4% bevatten. Proeven met dieren hebben uitgewezen dat je van deze parabenen veel meer kunt gebruiken zonder dat er ongewenste effecten optreden. Het SCCS meldt in haar rapporten dat ze ‘geen onderwerp van zorg’ zijn. Verontruste consumenten zijn vaak geneigd om alle parabenen over een kam te scheren, maar dat is onjuist.

. Parabenen stapelen zich ook niet in het lichaam op, maar worden gewoonlijk snel in de lever afgebroken en uitgeplast. Dierproeven hebben niet aangetoond dat ze kankerverwekkend zijn. Daar komt bij dat ze al tientallen jaren door mensen worden gebruikt, zonder dat er schadelijke effecten aan het licht kwamen.

Oestrogene werking
De onrust rond parabenen wordt veroorzaakt door proeven waaruit blijkt dat ze zich aan oestrogenreceptoren kunnen binden. Ze kunnen het effect van natuurlijke oestrogenen min of meer nabootsen. In een studie van Routledge (1998) werd voor het eerst gerapporteerd dat parabenen een oestrogene werking hebben. Uit reageerbuisproeven bleek echter dat het effect van butylparabeen 10.000 keer zwakker was dan dat van oestradiol, een natuurlijk hormoon. Bij parabenen met een kortere ‘staart’ (alkylketen), was het effect nog geringer. Van methylparabeen heb je meer dan twee miljoen keer zoveel nodig als van oestradiol.

Wetenschappers van de Universiteit van Utrecht (Van Meeuwen, 2008) deden daar nog een schep bovenop. Butylparabeen was volgens hun metingen 100.000 keer zwakker dan oestradiol, terwijl andere parabenen nog tien tot honderd keer minder effectief waren. De concentraties parabenen die in het menselijk lichaam zijn gevonden, liggen volgens de Utrechtse onderzoekers veel te laag om enig effect te kunnen hebben. Ook de toxicoloog Robert Golden (2005) kwam in een overzichtsartikel tot de conclusie dat de hoeveelheid parabenen die we in het ergste geval binnenkrijgen, lang niet groot genoeg is om de gezondheid te kunnen schaden. ( (bron Skipsis.nl maart 2019)

Policy van IMGRO Beauty

Voor de producten die IMGRO Beauty in eigen beheer laat produceren is bepaald vanaf maart 2019 de vermelding “vrij van Parabenen” niet langer op de etiketten te vermelden.

10.000+ Artikelen voor de salon

      

 

 

  • Uitgebreid betaalgemak: